“Wat me opviel, was dat er onderweg veel emoties voorbijkomen. Het ene moment verklaarde ik mezelf voor gek dat ik die 230 km liep. Het andere moment was ik zeer dankbaar, dat ik het kón”.

Dat is een van de vele herinneringen die ons lid en ultraloopster Leonie Ton noemt, als ze terugdenkt aan de monstertocht door het Friese land, die ze afgelopen pinksterweekend voltooide: de 230 km lange Elfsteden Ultraloop. (Zie ook bericht van 20 mei in deze nieuwskolom). Ze deed er 26 uur en 56 minuten over: van zaterdagmorgen 11.00 uur tot zondagmiddag 14.00 uur. Onafgebroken!

Tot aan dit weekend was 130 km de langste afstand die ze ooit hardlopend overbrugde. “Ik wist dus absoluut niet, wat me te wachten stond. Daarom ben ik er onbevangen ingegaan. Wat moest ik anders?”, aldus Leonie. “Er was natuurlijk een grote kans, dat het avontuur zou mislukken. Daar moet je reëel in zijn. Het was immers de eerste keer over zo’n lange afstand. Maar ik had mezelf voorgenomen, om de boel niet te forceren. Ik wilde absoluut niet, dat mijn loopcarrière in Friesland zou eindigen”.


T-shirtweer

Maar over het algemeen is Leonie erg blij met haar prestatie. Ze trof mooi weer (en al die andere 40 deelnemers natuurlijk ook). Ze noemt het zelf ‘T-shirtweer’. Er was ook een plezierig windje. Alleen in de nachtelijke uren vormde zich wat mist. Dat bracht wat kou met zich mee. “Maar ja, daar kun je je tegen kleden”.

Na 150 km deden zich eigenlijk pas de eerste probleempjes voor. “Ik werd effe niet lekker. En ik wist niet, wat ik eraan moest doen, want ik had nog nooit 150 km hardgelopen. Ik had dat onwelbevinden nooit eerder meegemaakt. Daarom heb ik maar een uurtje gewandeld”.

“Als ik het allemaal terugfilm, heb ik wellicht iets te weinig vaste voeding genomen. Bovendien spelen de nachtelijke uren een rol. En na 150 km gaat een lichaam altijd gek doen, wist ik van anderen. Gelukkig hadden mijn begeleiders steeds de goede woorden gereed, zodat opgeven eigenlijk nooit een optie is geweest”.

 

Stijve spieren en flinke blaren

“Ook niet toen de morgen stijve spieren en flinke blaren bracht, op zo’n 170 à 180 km. Ook toen hebben de begeleiders weer wat op me ingepraat. En met succes. Daarna ging het weer lekker. Samenvattend: de hele ultraloop ging het eigenlijk op en af”.

“Ik heb ook nog een tijdje met ijsblokjes in mijn sokken gelopen, de laatste 20 km, tegen de blaren en tegen een pijnlijke wreef. Ook die ijsblokjes waren weer geritseld door mijn begeleiders. Die hebben goud werk verricht! Uiteindelijk kwam ik voor mijn gevoel toch redelijk fris over de finish”.


Wegwijzers en parcourswachten

Uiteraard vraagt een buitenstaander zich af, hoe je een parcours van 230 km kunt uitzetten voor slechts 40 deelnemers (van wie overigens slechts de helft de finish haalde). Je kunt niet bij elke afslag een wegwijzertje in de grond steken en niet op elke kruising een parcourswacht posteren.

Maar dat valt mee. In datzelfde weekend werd de Elfstedenroute ook gereden door fietsers en door motorrijders. De ultralopers volgden het parcours van de fietsers. En dat parcours was nauwkeurig uitgepijld. Bovendien beschikten de begeleiders over een betrouwbare gps. “Alleen ’s nachts zie je niet alles”, aldus Leonie. “Maar ik geloof, dat we geen parcoursfouten hebben gemaakt”.


Conclusie

En wat mag de conclusie zijn na deze allereerste 230 km-race in Leonies leven? “Als ik terugkijk, stel ik vooral vast, dat ik er veel van geleerd heb. Ik heb dingen gevoeld, die ik nog nooit had gevoeld. En ik weet nu dingen, die ik nooit geweten heb. En deze ultraloop in Friesland heeft bewezen, dat mijn lijf er in elk geval geschikt voor is”.

 

 leonie_230km_interview_2018.jpg

FOTO: Een foto vol emoties! Dolgelukkig komt Leonie over de meet. (Foto is gemaakt door Folkert Casemier, een van haar begeleiders).

 

Share this post